Kan men eicelkwaliteit meten?



Kan men eicelkwaliteit meten?

De eicelkwaliteit is natuurlijk een belangrijke parameter als het gaat om zwanger worden. En dus: kan men die fameuze eicelkwaliteit meten?

De  eicelkwaliteit daalt meestal met de eicelreserve. Want de beste eicellen rijpen op jongere leeftijd, de minder goede eicellen houdt je lichaam tot het laatst. Ongeveer 60% van de eicellen van een vrouw boven de 36 jaar zijn  chromosonaal abnormaal. Dit cijfer loopt verder op met de leeftijd. Een chromosonaal afwijkende eicel geeft bij het samensmelten met een zaadcel een chromosonaal afwijkend embryo.

Er zijn een aantal manieren voor het meten van de eicelvoorraad. Met deze testen gaat men niet de eicelkwaliteit as such meten, maar eicelreserve en eicelkwaliteit zijn veelal wel gerelateerd. Men kan ervan uitgaan dat bij een verlaagde reserve het aandeel chromosonaal afwijkende eicellen  hoger zal zijn.

De 3 meest relevante onderzoeken die in die zin een indicatie van de eicelkwaliteit geven zijn :

  • Meten van de waarde van het FSH (Follikel Stimulerend Hormoon) aan het begin van de cyclus (dag 2 of 3) via bloedtest:   een lage waarde  is een goede indicatie voor de eicelkwaliteit
  • Meten van het aantal antrale follikels – AFC (afkorting van Antral Follikel Count) aan het begin van de cyclus (dag 2 of 3) via vaginale echo:  een groot aantal kleine eicelblaasjes die in aanleg zijn aan het begin van de cyclus is een goede indicatie voor de eicelkwaliteit
  • Meten van de waarde van het AMH (AntiMullerian Hormoon) via bloedtest: een hoge waarde is een goede indicatie voor de eicelkwaliteit

Let wel, men gaat met deze testen niet rechtstreeks meten of de eicelkwaliteit ok is, of de eicellen – en dus de daaruit voortvloeiende embryo’s- chromosonaal normaal zijn. Goede resultaten van bovenstaande testen, geven met andere woorden geen garantie op kwalitatieve eicellen zonder afwijkingen.  Een manier om te meten of  het embryo dat uit de eicel ontstaat effectief chromosonaal normaal is, is het toepassen van PGS (afkorting van Pre Implantatie Genetische Screening).  Daarbij screent men de chromosonen  in de cellen die men dan uit het embryo haalt, vooraleer het terug te plaatsen. Via PGS kan men de chromosonaal normale embryo’s selecteren.  PGS gebeurt enkel als er een gegronde indicatie voor bestaat (bijvoorbeeld > 37 jaar en/of duidelijke tekenen van een verlaagde eicelreserve) én als er in het labo na enkele dagen voldoende embryo’s overblijven om PGS zinvol te maken. In de praktijk is vooral die laatste voorwaarde vaak niet vervuld.

Recent ontwikkelde een team VUB-wetenschappers de zogenaamde ‘Corona-test’.  De naam verwijst naar de ‘coronacellen’, de cellen die rond de eicel ‘zweven’. Normaal worden die cellen na de eicelpunctie verwijderd. Maar bij de Coronatest gaat men net die cellen analyseren, omdat ze een goede indicatie zouden geven van de kwaliteit van de eicel. De eerste studies geven alvast hoopvolle resultaten naar verhoging van de slaagkansen. Uitgebreider onderzoek is nu noodzakelijk.

Stel alle vragen over dit onderwerp zeker aan je arts.

Zit jij in een medisch fertiliteitstraject? Hoe ga jij het volgende gesprek met je arts dan optimaal voorbereiden en aanpakken? Hoe bekom je zo veel mogelijk cruciale informatie, die je vooruit kan helpen? … Ik heb een handig boekje, inclusief enkele onmisbare bijlagen, geschreven om je helemaal op weg te helpen. Download het gratis!

 

Download je gratis doe-boek: “Haal zo veel méér uit de communicatie met je artsen!”

 

 

 

 

 

 

 

 

Deel dit bericht: