Kan men de eicelvoorraad meten? Hoe weet ik of mijn eicelvoorraad nog voldoende is, bijvoorbeeld om een IVF-behandeling te starten?



Kan men de eicelvoorraad meten? Hoe weet ik of mijn eicelvoorraad nog voldoende is, bijvoorbeeld om een IVF-behandeling te starten?

Het is algemeen zo dat na de leeftijd van 35 jaar de kansen om zwanger te worden kleiner worden, omdat de eicelvoorraad daalt.  Bij een IVF- behandeling bepaalt de eicelvoorraad bijvoorbeeld mee hoe de stimulatie verloopt, welk medicatieschema men gaat toedienen en hoeveel follikels er zullen zijn.

Maar het is moeilijk om hier algemeen een lijn in te trekken. De mate waarin de eicelvoorraad daalt en hoe snel die evolutie gaat, dat  hangt immers zéér sterk af van vrouw tot vrouw.  De biologische leeftijd op het vlak van voortplanting is hier belangrijker dan de kalenderleeftijd. En dus werpt zich de vraag op of men de eicelvoorraad kan  meten

In België is de leeftijdsgrens voor IVF wettelijk bepaald. Maar los van wat wettelijk- en dus maatschappelijk, ethisch en medisch- als aanvaardbaar wordt gevonden qua leeftijd, stelt zich ook de vraag tot welke leeftijd vruchtbaarheidsbehandelingen zoals IVF of IUI specifiek voor  jou nog goede slaagkansen geeft. Voor dit aspect is overleg met je artsen natuurlijk heel belangrijk. Zij zijn over dit onderwerp jouw eerste aanspreekpunt.

Je eicelvoorraad  gaat hierin inderdaad een belangrijke parameter zijn. Want deze zal bepalen hoeveel follikels  je lichaam nog aanmaakt bij stimulatie. Ook je artsen willen de eicelvoorraad  dus graag meten.

Er zijn een aantal manieren om te meten hoe het gesteld is met jouw eicelvoorraad. De 3 belangrijkste testen die een indicatie geven zijn :

  • Meten van de waarde van het FSH (afkorting van Follikel Stimulerend Hormoon) aan het begin van de cyclus (dag 2 of 3) via bloedtest: een lage waarde  duidt op voldoende eicelvoorraad

Het FSH stijgt doorheen de eerste helft van de cyclus om een eicel te doen rijpen; bij IVF gaat men het toedienen om meerdere eicellen te doen rijpen. Aan het begin van de cyclus is het FSH normaliter nog laag. Als het FSH aan het begin van de cyclus verhoogd is, dan duidt dat erop dat het lichaam het moeilijker heeft met het doen rijpen van eicellen, omdat de eicelvoorraad aan het slinken is. Het lichaam gaat dan als het ware “in overdrive” met het aanmaken van FSH. Het “afschakelmechanisme” voor het produceren van FSH functioneert als het ware niet meer omdat het lichaam “paniekerig” toch nog eicellen probeert te doen rijpen

  • Meten van het aantal antrale follikels of AFC (afkorting van Antral Follical Count) aan het begin van de cyclus (dag 2 of 3) via vaginale echo:  een groot aantal kleine follikels die klaar zitten aan het begin van de cyclus duidt op voldoende eicelvoorraad

Alle follikels zijn al aanwezig in het lichaam van de vrouw bij haar geboorte. Doorheen haar leven gaan de follikels verschillende fases doorlopen: primordiaal, primair, secundair, antraal en pre-ovulatoir. Het is pas tijdens de antrale fase, dat de follikels ook zichtbaar zijn op een echo. Men kan aan het begin van de cyclus tellen hoeveel van die kleine “antrale follikels” (ca 2 tot 5mm groot) er klaarliggen om de race aan te gaan om de dominante follikels te worden. Zijn er veel antrale follikels, dan geeft dat aan dat er nog voldoende eicelvoorraad is.

  • Meten van de waarde van het AMH (AntiMullerian Hormoon) via bloedtest: een hoge waarde duidt op voldoende eicelvoorraad.

De antrale follikels produceren AMH. Bij veel antrale follikels zal men logischerwijze een hoge AMH meten.

 

Wanneer deze testen een goede indicatie geven voor de eicelvoorraad, dan  kan dat een argument zijn om IVF of IUI toe te passen, zelfs op iets rijpere leeftijd. (daarbij wel altijd rekening houdend met de geldende leeftijdstijdsgrenzen).

Bij een minder goede indicactie wordt meestal medisch geadviseerd om niet meer te lang bij IUI te blijven hangen en sneller over te gaan naar IVF.

Houdt in het achterhoofd dat wanneer de eicelvoorraad achteruit begint te gaan, de waarde van het FSH en het aantal antrale follikels nog een tijd lang sterk kunnen fluctueren van maand tot maand. Dit betekent dat er  “betere maanden” zijn waarin stimulatie nog een goede hoeveelheid follikels  doet ontstaan. En “minder goede maanden” waarin de stimulatie een eerder teleurstellende opbrengst geeft. Het kan in die fase dan ook verstandig zijn om een behandeling in te plannen in een “betere maand”.  Je artsen zullen je hierover adviseren.

Het AMH geeft een meer constante waarde. Het meten van AMH  levert in die zin een meer eenduidige indicatie op van de  eicelvoorraad.

Wanneer IVF met donoreicellen wordt toegepast, dan zullen de slaagkansen voor een belangrijk deel gerelateerd zijn aan de leeftijd van de eiceldonor en- daarmee samenhangend- haar eicelvoorraad. Men zal bij het screenen van een eiceldonor onder meer de eicelvoorraad meten.

Heb je vragen en twijfels over dit onderwerp, breng dit dan zeker ter sprake bij je artsen! Vraag voldoende uitleg.

Hoe ga jij het volgende gesprek met je arts optimaal aanpakken en voorbereiden? Hoe bekom je zo veel mogelijk cruciale informatie, die je vooruit kan helpen? … Ik heb een handig boekje, inclusief enkele onmisbare bijlagen, geschreven, om jou helemaal op weg te helpen. Download het gratis!

 

Download je gratis doe-boek: “Haal zo veel méér uit de communicatie met je artsen!”

 

 

Deel dit bericht: