Over rijstwafels en diamantjes en zo.



Over rijstwafels en diamantjes en zo.

Een aantal jaren geleden had ik niet gedacht dat ik zou doen wat ik nu doe: het begeleiden van gedreven, zelfbewuste vrouwen met een sterk tikkende biologische klok en een moederschapswens, die helaas niet zo makkelijk vervuld geraakt. Vrouwen zoals jij dus. En zoals ik toen ook was. Ik vertel bij De Fertiliteitsmentor niet vaak uitgebreid over mijn eigen verhaal. Dat is een bewuste keuze. Het draait bij De Fertiliteitsmentor immers om jou, niet om mij.

Onlangs vroeg een klant mij op het einde van een sessie hoe ik dat nou zelf had beleefd, mijn eigen fertiliteitstraject. Dat bracht me op het idee om er ook hier eens een stuk over te schrijven. Niet omdat mijn verhaal zo belangrijk is. Maar omdat ik hoop dat het jullie hier en daar wat herkenning zal bieden.  Voila, hier gaan we dan. Met wat herinneringen aan mijn eigen weg naar het moederschap.

 

Op de eerste rij

IVF was ook een wonderbaarlijk proces. Waarbij we het ontstaan van leven beleefden vanop de eerste rij. We zagen het gebeuren. Vlak voor onze neus. Hoe mooi is dat, als je er diep genoeg over nadenkt. Het had iets intrigerend. Elke keer weer opnieuw. Van enig gewenningseffect was nooit sprake…

Dag na dag groeiden de follikels met de eicellen erin. Althans, we konden maar hopen dat er eicellen inzaten. Want er konden ook lége follikels tussen zitten. Meestal was dat ook zo. Een soort fopprijs/mispoes, zeg maar. Vaak groeiden de follikels ook niét. Of niet snel genoeg. Of niet gelijktijdig. Na een dag of 10 waren een luttel aantal follikels meestal toch klaar om ‘geoogst’ te worden. De potentiële oogst was altijd zeer bescheiden, maar leverde toch telkens een -even bescheiden- sprankeltje euforie op. Het was toch weer dat. Het moment dat er werd beslist om tot de eicelpuntie (ook wel benoemd als de ‘pick-up’, ik vond dat een beetje raar klinken, want het deed mij altijd spontaan denken aan het ding waarop ik in mijn kindertijd elpees van Tante Terry en Klein klein kleutertje speelde, ja ik ben best al wel oud) over te gaan, voelde toch heel even als een overwinning. Alhoewel bij de punctie zelf nog moest blijken of het geen pyrrusoverwinning was.

Op een echoscherm konden we live meemaken hoe de eicellen uit de follikels werden – ik kan het niet anders dan plastisch uitdrukken – geprikt en gezogen . Kleine correctie: mijn partner maakte het mee. Ikzelf zweefde op dat eigenste moment ergens tussen droom en werkelijkheid, uitgeteld door een roesje. Ik genoot stiekem van dat roesje. Gewoon even weg van de stress van de laatste weken en vooral de stress van het moment. Zalig. Helaas was het roesje zo weer gedaan. Het duurde nu eenmaal geen uren om een verwaarloosbaar aantal follikels aan te prikken.

Twee tot vijf dagen later werden één of meerdere embryo’s in mijn baarmoeder geplaatst. Eén of meerdere witte pitjes (eigenlijk de luchtbelletjes rond de embryo’s, die zelf te klein waren om met het blote oog te zien) zagen we op het echoscherm binnen floepen in de grote peer die mijn baarmoeder was. Plop. Pure magie, toch. Alle moeders herinneren zich natuurlijk het moment dat hun kind uit hun baarmoeder floepte. Moeders via IVF herinneren zich ook het moment dat hun kind érin floepte. In een vergelijkbare positie maar op dat moment wel allemaal nog net iets comfortabeler qua omvang en beleving. Kijk eens hoe bevoorrecht wij zijn (ok, ik geef toe, genoeg ironie).

In het labo werd onder een microscoop dan altijd nog even de pipet waarin de embryo’s hadden gezeten gecontroleerd en dan kwam er altijd de objectieve mededeling: “Ok, ze zijn eruit, dus ze zitten erin.” En daarmee waren we gerust.

 

Rijstwafel

Mijn oudste zoon was bij de terugplaatsing een embryo van 2 dagen oud. Vier cellen groot. Onder een microscoop leek het embryo op een soort bel met 4 kleinere bellen erin. Dit was het allereerste embryo dat ooit werd teruggeplaatst. En wat was hij mooi. Ons kind. Toen men ons vertelde dat dit embryo het prima gedaan had, met perfecte en snelle delingen die hadden geleid tot 4 even grote cellen zonder fragmentatie ertussen, glom ik voor het eerst in mijn leven van ouderlijke trots. Het was vergelijkbaar met het soort gevoel van trots dat mij overviel toen hij ongeveer 8 jaar later thuis kwam met een 100 op 100 voor zijn eindtoets van de maaltafels.

Mijn jongste zoon was bij de terugplaatsing al een embryo van 5 dagen oud. Met naar schatting al zo’n 100 cellen, die al versmolten waren, en hij was klaar om uit zijn schil te breken. Intussen had ik al veel embryo’s weten verloren gaan, waardoor ik het iets moeilijker vond om een embryo al als volwaardig kind te beschouwen. Maar toch… wat was hij al groot. Ons kind. Onder een microscoop leek hij op een soort … rijstwafel. Die eigenlijk een ‘geëxpandeerde blastocyst’ heet (vroeger zou ik gedacht hebben dat deze term refereert naar een ontploft soort van buitenaards wezen, intussen weet ik natuurlijk beter).

 

 

Diamantjes

De eerste uren na een terugplaatsing – waarin ik naar verluid mijn gewone leventje gewoon weer mocht opnemen, het zou geen enkel effect op een eventuele innesteling gehad hebben – durfde ik amper weer op gang te komen. Na het obligate kwartiertje rust, durfde ik eerst al niet goed rechtstaan. Stel dat ze er meteen weer zouden uitvallen. Gewoon verloren onder invloed van de zwaartekracht, hoe stom zou dat geweest zijn. Dan stapte ik met de grootste graad van voorzichtigheid naar de auto. Of deed ik –waaghals die ik ben- een wandelingetje door de stad. Wat zouden ze er binnen van denken van dat geschok. Het duurde uren vooraleer ik naar het toilet durfde te gaan. Stel dat ik ze eruit zou p…..Tot mijn blaas zo vol was dat ik het ook weer niet zonder risico achtte. De blaas zit vlak naast de baarmoeder toch, straks werden ze verpletterd. Oh wat waren ze kostbaar die microscopisch kleine embryootjes. Alsof ik nu kleine goudklompjes in mijn baarmoeder droeg. Of diamantjes. Ik wilde ze nooit meer kwijt. Laat ze toch bij mij blijven alsjeblief. Dat bedacht ik me iedere keer weer. De uren na de terugplaatsing hadden altijd iets magisch. Vol hoop. Vol leven. Hoe lang. Dat wilde ik me op dat moment niet afvragen. Nu wilde ik heel even genieten van het kostbare leven dat ik onmiskenbaar in mij droeg. Gewoon heel even.

De dagen na de terugplaatsing vroeg ik mij af of ze er nog zouden zijn. Wat zouden ze aan het doen zijn. Zouden ze toch nog wel verder delen en groeien. Zouden ze nog zweven. Zouden ze een plekje zoeken. Of zouden ze het al gevonden hebben. Zouden ze misschien onderling kibbelen om een plekje. De comfortabele plekjes in mijn baarmoeder zouden misschien wel schaars zijn, dacht ik. Dus hé schuif eens op, dit mooie plekje had ik eerst gezien hoor . Naarmate de dagen van de gevreesde ‘twee wachtweken’ verstreken, werden de moeilijke momenten talrijker. Het waren vréselijke rotdagen.

Op het moment dat de test negatief was en ik een paar dagen later mijn menstruatie doorkreeg, nam ik in gedachten afscheid van mijn embryootjes. Mijn lijf werkte de kostbare diamantjes eruit. Waarom liet mijn lijf verloren gaan hetgeen ik met elke vezel van datzelfde lijf niet wou verliezen. Het maakte mij intriest. Ik voelde op die dagen niet alleen krampen in mijn buik. Maar ook een constante krop in mijn keel. En een knoop in mijn maag. Ik voelde het écht. Letterlijk. Als die dagen helemaal gedaan waren, voelde ik mij leeg. Het leek alsof er niks was gebeurd. Alsof er niks was geweest. Alsof mijn lijf de ingebrachte embryo’s gewoon had genegeerd. Nope, niks van gemerkt. Na al die weken van inspanning en emoties waren we weer gewoon terug bij af. Ik had het gevoel dat er niks was dat mij kon troosten. Behalve … een nieuwe poging. Nieuwe hoop.

 

Euforie

“Wij hebben goed nieuws, mevrouw. U bent zwanger. De waarde van uw zwangerschapshormoon is 197… 217… 1132… Ik weet de exacte cijfers nog altijd uit m’n hoofd. Ik zal ze nooit vergeten. Mijn hele leven niet. Dat waren de momenten die alles weer goedmaakten. Alle negatieve testen die er ooit waren geweest, waren plots niet meer belangrijk. Het was pure euforie en ontlading. IVF was een wonderbaarlijk proces…

 

 

Hoe ervaar jij de weg naar het moederschap waar je zo naar verlangt?  Wat vind je het meest lastig? Wat wil je veranderen? Dit soort dingen kunnen aan bod komen in een gratis kennismakingsgesprek. Stuur me gerust een aanvraagje voor zo’n vrijblijvend gesprek!

 

Wil je graag mijn 2-wekelijkse blogs/artikels rechtstreeks in je mailbox ontvangen voortaan. Meld je dan hieronder aan. Je krijgt mijn gratis doe-boekje ‘Haal zo veel méér uit de communicatie met je artsen’ dan ook meteen meegestuurd.

 

Vraag hier je gratis kennismakingsgesprek aan.

 

Meld je hier aan om mijn 2-wekelijkse artikelen en mijn gratis doe-boekje in je mailbox te ontvangen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deel dit bericht:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde Berichten

Het kinderwens “dilemma” (!) : zomerbaby of winterbaby?
Ik hang niet graag de brombeer uit. Maar, het moet gezegd, met een lichte graad van irritatie stel ik vast...
Lees meer...
Kan je me eens wat tips geven, Viki?
Empowermentor of goeroe? Onlangs had ik een boeiende discussie met een groep coaches/ therapeuten/ consulenten. Nou ja, discussie... het is...
Lees meer...
GASTBLOG: De weg naar een wonder in 5 gedichten….
Ik ben Ellen, ik hou van creatief bezig zijn met mijn naaimachine, gedichten schrijven en salsa dansen. Ik heb een...
Lees meer...